| 16
|
Dia 16 (Kaplan - Rimsha 1971) 1. 38-32 betekende een onderhuidse combinatoire dreiging. Zwart meende nu veld 23 te veroveren, maar kreeg na 4. 29-24! de kous op de kop. Het lege veld 05 breekt zwart nu op. Wit dreigt door 24-20
en 33-28 een schijf te winnen, terwijl 4. ... 23-29 verhinderd is. Dat dwingt zwart tot het gevolgde afspel, waarna hij toch maar opgaf. |
| 17
|
Op het eerste gezicht lijkt dia 17 (Mogiliansky - Kaplan 1962) voor zwart eenvoudig te behandelen, door 27-31 of 27-32,
waarmee hij de linkervleugel van wit sterk kan verzwakken. Bij nader inzien zou dit plan zwart echter geen beslissend voordeel hebben gegeven. Zwart deed de vreemd lijkende zet 1. ... 11-17! Hierna zijn de ruilen 27-31/32 niet meer mogelijk, maar er worden wel nieuwe combinatiemogelijkheden geschapen. |
| 17a 34-29?
|
en wit loopt spoedig vast. |
| 17b 3. 34-29?
|
en wit loopt spoedig vast. |
| 17c
|
3. 49-44 17-21? Dan zou wit zich heel mooi kunnen redden! |
18
|
Tenslotte enkele combinatiethema's in dit spelsoort. Bij allemaal speelt wit en wint. |
| 19
|
|
| 20
|
|
| 21
|
|
| 22
|
|
| 23
|
|
| 24
|
|
| 25
|
|
| 26
|