| 10
|
In standen als dia 10 is de ruil 1. ... 27-31 meestal niet doeltreffend, omdat wit daarna het strategisch
belangrijke centrum kan bezetten. Wit heeft na de gespeelde zetten positievoordeel. Zwart mocht 4. 33-28 niet toelaten.
|
| 11
|
Dia 11 is van Sijbrands - Claessens uit 1969 en toont de eerste van een aantal standen die ontleend zijn
aan op het hoogste niveau gespeelde partijen. Net als in de eerste aflevering zullen we zien, hoe strategie en tactiek hand
in hand gaan. Wit heeft al een ontwikkelingsvoorsprong opgebouwd en weet hierdoor in de volgende fase een strategisch overwicht
in het centrum te krijgen. 1. 30-24 11-17 Zwart heeft geen goed alternatief. Op 1. ... 03-09 of 14-19 volgt 2. 24-20 15x24 3. 29x20. Op 1. ... 03-08 zie dia 11a. Op 3. ... 11-16 zie dia 11b. Op 3. ... 03-08 zie dia 11c.
|
| 11a
|
Op 1. ... 03-08? |
11b
|
Zwart moest schijf 03 wel opspelen. Op 3. ... 11-16? |
| 11c
|
Op 3. ... 03-08? |
12
|
Om de stand van dia 12 (Fasilov - Kaplan 1973) te kunnnen evalueren moeten een aantal factoren in rekening worden
genomen. De lege velden 47 en 48 betekenen een zwakte op de witte linkervleugel. Verder is schijf 35 achtergebleven.
Tegelijkertijd is de zwarte linkevleugel onkwetsbaar door de sterke defensieve schijven 03 en 04. De zwarte centrumschijf op
28 neemt een sleutelpositie in. Tenslotte staat zwart klaar voor de beslissende aanval op de witte linkervleugel. Zwart
heeft dus al met al een strategisch overwicht. Bij de vijfde zet van wit kan hij niet goed naar 38 spelen en op 5. 43-39 maakt
zwart eerst de formatie 18/27 klaar om vervolgens 16 naar 26 te brengen. Een doorbraak op de witte linkervleugel is vervolgens
alleen nog een kwestie van tijd. 7. ... 04-10! is een belangrijke afwachtende zet. Op de aanval 7. ... 21-26 was 8. 24x19 26x39 9. 19x08 gevolgd met nog goede verdediginsmogelijkheden voor wit. 13. 20-14 was door 07-23 verhinderd. |
| 13
|
In de stand van dia 13 (Sijbrands - Andreiko 1973) heeft wit meer aanvalsschijven op de linkervleugel van zwart
geconcentreerd dan zwart op die van wit. Wit heeft daarom een strategisch voordeel. De ruil 1. ... 14-20 2. 25x14 09x20 zou wit
na 3.33-28 een sterk centrum hebben opgeleverd. 3. ... 14-20 is door de dreiging 24-20 en 33-28 gedwongen en verzwakt de zwarte
linkervleugel nog meer. Eerst 7. ... 09-14 komt op verwisseling van zetten neer. |
| 14
|
Dia 14 (Andreiko - Manshin, 1965) heeft op het eerste gezicht een sterk zwart centrum, maar het lege veld 2 blijkt al gauw een essentieel gebrek. Wit kan daardoor een beslissende aanval op de zwarte linkervleugel inzetten. 1. ... 23-28 is gedwongen, zie volgende dia's. |
| 14a
|
1. ... 14-19? Na 2. 34-30 dreigt 38-32, maar ook 33-28! |
14b
|
Op 1. ... 12-18? |
14c
|
1. 13-18? Bekijk goed dat zwart geen betere zet heeft dan 2. ... 27-32! |
| 15
| (Golosuev - Belores 1970) kreeg wit door een vrijwel lege basisrij van zwart gevaarlijke tactische
mogelijkheden. |
| 15a
|
Het afspel lijkt remise. |
| 15b
|
Op 1. ... 11-17? komt vernietigend ... |