vosje
© Gerrit Vosmeijer


Dammen met Gerrit


Kaplan GMI


damset




Geheimen in de opsluitingen 2, (1991-1) door: GMI Kaplan.


7

 

In dit 2e en laatste deel worden een aantal stellingen geanalyseerd, ontleend aan partijen die op het hoogste niveau gespeeld zijn.


In dia 7 buitte wit de zwakke zwarte rechtervleugel en de hangende schijf 20 tactisch uit.

7a 2-7?

 

Nu volgt dezefde combinatie naar 02.

7b 13-18?

 

De enige om 7 en 7a te voorkomen. Heel fraai.

8

 

De stand van dia 8 is ontleed aan een partij Koeperman - Dibman 1987. Wit staat duidelijk slecht. Op de rechtervleugel kan het blok van zeven schijven weinig uitrichten en op de linker bordhelft worden de vier schijven onvoldoende gesteund. Ook is er geen hergroepering mogelijk.

Zwart wint nu doordat hij een groter aantal actieve schijven heeft.

8a 37-32?

 

Fraai

8b 34-29?

 

met winst voor zwart.

8c 34-39?

 

Met remise. Je moet het maar weten en zien!

8d 27-22?

 

Partij. Wit gaf het op.

9

 

In dia 9, uit de partij Smith - Andreiko 1970, had wit de gelegenheid moeten gebruiken om zich uit de opsluiting te bevrijden. Hij ging echter in de fout, zie dia 9a

9a

 

De bedoeling van 4. ... 16-21! is om veld 26 te bezetten en zodoende de zetvrijheid van wit verder te beperken. 11. ... 14-20! Dit beslissende offer werd mogelijk doordat nu drie zwarte schijven vijf witte blijvend opsluiten.

9b

 

7. 29-23? Met als slot een onpareerbare dreiging 24-29.

9c

 

31-26? met als slotstand drie witte- tegen vijf zwarte schijven.

10

 

Dia 10 uit een partij Tsipes -Agafonov 1971. Wit staat rechts opgesloten, maar heeft links een behoorlijk aantal opbouwzetten, terwijl wit ook de staart 40/34/29 voor gebruik gereed houdt.
Dit overziende werd als volgt gespeeld. 1. ... 22-28 Nu blijkt zowel 42-38 (door 28-33 en na het slaan 20-24) als 39-33 (door 28x39) verhinderd. Na de vierde zet van wit volgde een volkomen onverwachte tactische bevrijding, met remise als gevolg.

11

 

De stand van dia 11 is uit een partij Sijbrands - Bronstring uit 1970. De opsluiting van het blok van vier witte schijven is klaarblijkelijk ineffectief, gezien de twee inactieve schijven op 15 en 20. Dit leidde er toe, dat wit het centrum kan gaan beheersen, terwijl het ook van belang is op te merken dat zwart niet met 20-24 kan ruilen, gezien het vervolg 34-29 met schijfwinst voor wit. Na 19. 44-39 gaf zwart op omdat hij de rest voorzag.

11a

 

9. ... 14-20? om schijf 30 te behouden?

11b

 

ook deze poging mislukt.

11c

 

2. ... 21-26?

11d

 

Deze voortzetting had meer verdediging gegeven!

12

 

In dia 12 staat zwart onevenwichtig opgesteld met vijf schijven op de rechter bordhelft en acht op de linker. Wit kon daardoor met succes de zwarte rechtervleugel aanvallen.

12a

 

De staarten 40/34/29 en 38/33/29 verhinderen nu dat zwart 24-30 speelt.

13

 

De stand dia 13 kwam voor in Agefonov - Potapov in 1963. Zwart mist de schijven 01 en 06. Met tactische middelen wist wit dit uit te buiten. Kijk even dat de eerste zet van zwart geboden was tegen de dreiging 2. 28-22 17x28 3. 38-33 26x17 4. 33x11. Maar nu slaat wit zijn slag op de andere vleugel!



Wie GMI Kaplan goed heeft gevolgd heeft opgemerkt dat hij er van uitgaat dat de besproken opsluiting, hoe belangrijk ook als stellingkenmerk, op zichzelf niet voordelig of nadelig is.